Verplichte studiekeuzetests, open dagen bezoeken, meeloopdagen, gesprekken met de decaan en een studiekeuze maken. Voor pubers lijkt het soms meer een moetje dan iets dat wat oplevert. En daar zitten ze écht niet op te wachten, want er zijn veel leukere dingen om te doen. Je herkent het vast nog wel van een paar jaar terug: ‘Ach, een studie zoeken doe ik later wel; ik kan me toch tot 1 mei inschrijven.’

Te jong voor een studiekeuze?

Over het algemeen zijn pubers niet echt mee bezig met het vervolg na de middelbare school en leggen ze die verantwoordelijkheid makkelijk naast zich neer. Zo verwachten ze nog steeds veel van hun middelbare school en hopen dat de decaan hun de perfecte studie wel even voorschotelt.

In ons land moet je op 16-, 17-jarige leeftijd al weten welke kant je op wilt en dat is volgens onderwijssocioloog Tanja Traag nog te jong. Jongeren ervaren veel keuzestress door het enorme aanbod van studies, daarnaast kennen ze zichzelf nog niet goed genoeg en weten daardoor nog niet wat bij hen past.

Dat zien we terug in cijfers van het CBS, want daaruit blijkt dat veel jongeren verkeerd kiezen. 34% van de 141.000 eerstejaars dat in 2016 startte met een hbo-studie switchte of stopte in datzelfde jaar. Dit geeft aan dat jongeren hulp nodig hebben met kiezen.

Hoe staat het met de studiekeuzehulp van de middelbare scholen?

In Nederland hebben alle middelbare scholen decanen in dienst. Deze decanen zijn meestal samen met de mentoren verantwoordelijk voor de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Dit kan een beroepsdecaan zijn, maar meestal zijn dit docentdecanen: vakdocenten die het decanaat ernaast doen. Maar werkt dit eigenlijk wel?

Volgens Marie-Christine Opdenakker, onderwijskundige aan de Rijksuniversiteit Groningen, gaat dit niet goed en moet er wat veranderen: “Middelbare scholen moeten alléén professionele decanen krijgen. Er moet een speciale opleiding komen voor decanen en loopbaanbegeleiders waar ze alles te weten komen over het studieaanbod”.

Volgens Opdenakker hebben de docentdecanen veel te weinig tijd om dit essentiële onderdeel er volwaardig naast te doen. “Het studieaanbod verandert veel, dus leg het in handen van professionals die weten waar ze over praten. Dat hebben jongeren nodig, zodat ze vrijwel direct de goede studiekeuze maken.”

“Middelbare scholen moeten alleen professionele decanen krijgen”

Er worden wel cursussen aangeboden door bijvoorbeeld decanenverenigingen, maar echt geschoold worden de docentdecanen niet voor die taak. Ook op de Pabo is er maar weinig aandacht voor decanaat volgens de Vereniging van Schooldecanen en Loopbaanbegeleiders (NVSNVL).

Op hun website geeft de NVSNVL aan dat een goed LOB-beleid veel invloed heeft: ‘Goede LOB kan uitval in het eerste jaar met 30% verminderen’.

In Finland werkt dit heel anders. Het Finse onderwijs behoort volgens onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) tot de vijf beste van de wereld. Dat komt mede doordat het onderwijssysteem heel anders in elkaar zit. De basisschool duurt tot 16 jaar, iedereen heeft tot die tijd hetzelfde pakket, dan pas maken de Finse leerlingen een ‘studiekeuze’. Deze keuze wordt bepaald door waar ze goed in zijn én wat ze leuk vinden.

Moeite met je studiekeuze?

‘Passende Studiekeuze Stap voor Stap’ is een online studiekeuzeprogramma zodat je weet welke studie het beste bij je past.

Je volgt mijn bewezen ‘4-stappen studiekeuzesysteem’ en je ontvangt o.a. jouw persoonlijke top-3 studieselectie op basis van je belangrijkste passies en kwaliteiten.

MEER INFORMATIE

Hoe ervaren scholieren de studiekeuzebegeleiding op de middelbare school?

Uit een recente peiling van Studiekeuze123 blijkt dat een groot deel van de leerlingen ontevreden is over de begeleiding van de middelbare scholen in hun studiekeuze. Ze krijgen wel voorlichtingen en tips, maar persoonlijke aandacht is vooral erg belangrijk geven de scholieren aan.

Voor die persoonlijke aandacht is vaak weinig tot geen tijd bij de decanen of mentoren. Er is geen landelijk beleid wat LOB betreft dus moet elke school daar eigen keuzes in maken. Maar kunnen middelbare scholen die verantwoordelijkheid wel aan?

Charlotte Kienhuis werkt sinds drie jaar als beroepsdecaan havo-vwo van CSG Reggesteyn. Zij is in de plaats gekomen van twee fulltime decanen. “Er is de afgelopen jaren fors bezuinigd op decanaat hier op school. Daardoor ben ik nu ook het tweede lijntje, omdat dat goedkoper is. De verantwoordelijkheid hier op school ligt nu bij de mentoren en die zitten niet altijd te wachten op óók nog LOB erbij naast”, zegt Kienhuis. “Ik krijg in principe alleen de ‘probleemgevallen’ en de leerlingen die op eigen initiatief aankloppen.” Hierdoor krijgt Kienhuis niet de kans om alle leerlingen persoonlijke aandacht te geven in hun studiekeuze.

Op middelbare school Jacobus Fruytier, iets verderop, wordt het decanaat ingevuld door docentdecanen. “Ik vind het wel een meerwaarde dat ik de leerlingen ook in de les zie, want zo krijg ik een beter beeld van de leerlingen en dat helpt vaak wel in de studiekeuzegesprekjes die we elke periode voeren”, zegt decaan Gertjan Jansen. Toch ziet Jansen het voordeel van een beroepsdecaan ook wel in: “Het lijkt me wel prettig als je er gewoon de tijd voor kunt nemen. Ik moet het allemaal tussendoor doen en regelmatig in mijn vrije tijd.”

In tegenstelling tot Jansen staat Kienhuis geen moment voor de klas, maar dat ziet ze niet direct als een probleem. “Het is goed dat een mentor de leerlingen persoonlijk kent en ze daardoor goed kan helpen in een passende studiekeuze. En dat lukt over het algemeen wel, maar ze mogen best vaker bij mij aan de bel trekken.”

Luister naar het interview met Charlotte Kienhuis:

In Finland zijn de docenten heel erg vrij in hun manier van lesgeven. Er wordt veel waarde gehecht aan persoonlijke aandacht voor de leerlingen. De Finse jongeren moeten er zelf achter komen wat bij hen past en wat ze leuk vinden. Aan de hand daarvan maken ze op latere leeftijd een keuze.

Wat is de juiste aanpak van LOB op middelbare scholen?

Tot voor kort was er wettelijk niets vastgelegd wat betreft LOB. Het LAKS vond dat dit moest veranderen. Omdat LOB relatief nieuw is voor middelbare scholen en ze eigenlijk nog niet goed weten hoe ze dit moeten inrichten is in samenwerking met decanenverenigingen en de VO-raad is de Kwaliteitsagenda LOB opgesteld. Hierin staat dat elke middelbare school vanaf volgende jaar verplicht ‘iets’ over LOB in hun beleid moet hebben staan.

“Middelbare scholen onderschatten zelf vaak hoe belangrijk LOB is”, zegt Jordy Klaas, voorzitter van het LAKS. “Zij hebben de regie, maar het omgaan met die vrijheid gaat nog te vaak mis. Het gevolg is dat scholieren door slechte LOB de verkeerde studie kiezen.”

De prioriteiten van een middelbare school liggen vaak bij het slagingspercentage. Hier wordt ook een groot deel van het budget aan besteed, omdat dit ook weer geld oplevert. Het LOB krijgt minder aandacht en geld en dat is zorgelijk volgens het LAKS. “LOB zou juist de kern moeten zijn van het voorgezet onderwijs. Het is de voorbereiding op je studerende en werkende toekomst, maar hier wordt relatief weinig tijd aan besteed door middelbare scholen. Het belang is heel groot en dit wordt nog niet beseft”, meent Jordy Klaas.

‘Een eerste stap naar een betere overstap van voorgezet onderwijs naar het mbo en hbo’

activiteiten lob studiekeuzebegeleiding

​Daarnaast ging het LAKS in gesprek met de scholieren zelf. Op de scholierencongressen van het LAKS werd de scholieren het hemd van het lijf gevraagd over de LOB op hun middelbare school. Hier maakten de scholieren duidelijk dat een decaan van groot belang is. Beide type decanen hebben voor- en nadelen volgens de scholieren. Een docentdecaan weet wat er speelt, maar is niet altijd aanwezig. Terwijl een beroepsdecaan dat wel is, maar de leerling niet goed genoeg kent.

Luister hier naar het interview met Jordy Klaas:

Conclusie

Pubers blijven pubers en op die leeftijd zijn ze vooral bezig met andere dingen. Dat kan je ze ook niet kwalijk nemen. Daarnaast zijn decanen zelf niet de oorzaak van de uitvallende studenten. Zij weten vaak wel wat goed is voor de scholieren, maar krijgen hier niet veelal niet genoeg tijd voor. Daarom ligt het belang bij de middelbare scholen, maar helaas zien die het belang van goede LOB nog onvoldoende in.

Er kan gesteld worden dat dit een oorzaak is van het groot aantal eerstejaars dat stopt of switcht. Vanaf volgend jaar moeten scholen verantwoorden dat ze ‘iets’ aan LOB doen, maar is dat voldoende of moet er hard landelijk beleid komen? De toekomst zal het uitwijzen. Misschien is het beter dat jongeren, net als in Finland, op latere leeftijd kiezen.

Dit artikel is geschreven en samengesteld door Jesse Seppenwoolde

Moeite met je studiekeuze?

‘Passende Studiekeuze Stap voor Stap’ is een online studiekeuzeprogramma zodat je weet welke studie het beste bij je past.

Je volgt mijn bewezen ‘4-stappen studiekeuzesysteem’ en je ontvangt o.a. jouw persoonlijke top-3 studieselectie op basis van je belangrijkste passies en kwaliteiten.

MEER INFORMATIE

Tagged with →